Hof Amsterdam 20 december 2011 (Koning van de online porno), LJN BU8644


De ten aanzien van geïntimeerde gebruikte kwalificaties ‘pornobaron’ en ‘koning van de online porno’ vinden in ieder geval op het eerste gezicht voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Het hof vermag voorshands niet in te zien dat Basismedia c.s. in de gegeven omstandigheden niet tot de gewraakte publicaties hadden mogen overgaan alvorens nader onderzoek te doen en/of informatie in te winnen bij geïntimeerde.
Het hof acht de door geïntimeerde gewraakte publicaties voorshands jegens hem niet onrechtmatig, ook niet indien daarbij wordt betrokken dat, zoals de voorzieningenrechter heeft overwogen, de daarin gebruikte termen een beschadigend karakter hebben en aannemelijk is dat geïntimeerde daarvan hinder ondervindt bij het zoeken naar een nieuwe werkkring.In dit verband speelt een belangrijke rol dat het hier om een persoon gaat die, door zich kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer en deel te nemen aan de verkiezingen, de publieke/politieke arena heeft betreden en niet uitsluit dat hij daarin zal (willen) terugkeren. Basismedia c.s. wijzen er in dit verband terecht op dat waar het de achtergronden/loopbaan van een politicus (in spe) betreft het belang van de pers om hierover vrijelijk te kunnen rapporteren zwaar weegt, alsmede dat de betrokkene, zeker waar het uitingen betreft omtrent zijn persoon die aan het publieke debat kunnen bijdragen, over het algemeen meer heeft te dulden dan de doorsnee burger. Aangenomen moet worden dat daarbij enige overdrijving is toegestaan. Het argument van geïntimeerde dat het gebruik van de gewraakte termen in de gegeven omstandigheden nodeloos grievend is moet in het licht hiervan eveneens worden verworpen.